Het is ochtend in de rustige buurt. De zon schijnt door de grote ramen van een mooi huis. Anna wordt wakker in haar slaapkamer op de eerste verdieping. Ze stapt uit haar bed en loopt over het tapijt naar de kleerkast om haar kleren te pakken.
Ze loopt naar beneden via de trap naar de benedenverdieping. De hal ruikt naar verse bloemen. Ze komt binnen in de woonkamer en loopt door naar de keuken om ontbijt te maken. Ze zet de waterkoker aan, pakt een kopje uit de keukenkast en opent de koelkast voor wat melk. Aan de eettafel met vier stoelen geniet ze rustig van haar kopje koffie en een croissant.