← Terug
Thema 3 - Stap 1

Dialoog : Welkom bij mij thuis ! πŸ’¬

Yasmin invite son amie Sien chez elle pour la première fois. Lis leur conversation.

Yasmin πŸ™‹β€β™€οΈ Welkom bij mij thuis, Sien ! Kom binnen. Dit is de woonkamer, en die deur daar is de keuken.
Sien πŸ™‹β€β™€οΈ Wauw, wat een gezellig huis ! Wonen jullie hier al lang ?
Yasmin πŸ™‹β€β™€οΈ Sinds vorig jaar. Daarvoor woonden we in een appartement in de stad, maar nu hebben we een huis met een tuin. Kom, ik laat je mijn kamer zien β€” ze is boven, naast de badkamer.
Sien πŸ™‹β€β™€οΈ Heb je een eigen kamer ? Cool ! Ik deel mijn kamer nog met mijn zusje.
Yasmin πŸ™‹β€β™€οΈ Ja, eindelijk ! Vroeger sliep ik in dezelfde kamer als mijn broer. En kijk, vanuit mijn raam zie je het park aan de overkant. Ik vind onze buurt heel rustig en groen.
Sien πŸ™‹β€β™€οΈ Is er ook een winkel in de buurt ? Bij ons om de hoek is er een bakker en een supermarkt.
Yasmin πŸ™‹β€β™€οΈ Ja hoor, vlakbij is er een bakker, en iets verder, tegenover de school, een supermarkt. Het is hier echt praktisch wonen. Zullen we naar beneden gaan ? Mijn moeder heeft koekjes gemaakt !

Sleutelzinnen πŸ”‘

Ces formules te seront utiles pour parler de ta maison et de ton quartier.

Welkom bij mij thuis !Bienvenue chez moi !
Wonen jullie hier al lang ?Habitez-vous ici depuis longtemps ?
Ik deel mijn kamer met mijn zusje.Je partage ma chambre avec ma petite sΕ“ur.
Vanuit mijn raam zie je...Depuis ma fenΓͺtre, on voit...
Is er een winkel in de buurt ?Y a-t-il un magasin dans le quartier ?
Het is hier praktisch wonen.C'est pratique d'habiter ici.

Begrijpen en Analyseren 🧠

RΓ©ponds Γ  ces 8 questions sur le dialogue.

1. Wat is de eerste kamer die Yasmin laat zien ?

De woonkamer.
De keuken.
Haar slaapkamer.

2. Sinds wanneer woont Yasmin in dit huis ?

Sinds haar geboorte.
Sinds vorig jaar.
Sinds gisteren.

3. Waar woonde Yasmin vroeger ?

In een huis met een tuin.
In een appartement in de stad.
Bij haar grootouders.

4. Waar bevindt zich de kamer van Yasmin ?

Beneden, naast de keuken.
Boven, naast de badkamer.
Naast de woonkamer.

5. Met wie deelt Sien haar kamer ?

Met haar broer.
Met haar zusje.
Met niemand.

6. Wat ziet Yasmin vanuit haar raam ?

De school.
Het park.
De supermarkt.

7. Waar is de supermarkt, volgens Yasmin ?

Naast de bakker.
Tegenover de school.
Om de hoek bij Sien.

8. Wat heeft de moeder van Yasmin gemaakt ?

Een taart.
Koekjes.
Limonade.