Het drukke weekend van Lisa

Het is zaterdagochtend en Lisa wil vandaag een rustige dag beleven, maar dat kan eigenlijk niet, want haar agenda zit al helemaal vol.

Eerst moet ze naar de supermarkt omdat de koelkast helemaal leeg is. Ze wil graag verse croissants en fruit kopen voor het ontbijt. Maar mag dat zomaar op dit vroege tijdstip ? Ja, de bakker mag vanaf acht uur open zijn, dus dat komt goed uit.

Onderweg komt ze haar vriend Tom tegen. Tom kan ontzettend goed gitaar spelen en vraagt of Lisa vanavond naar zijn optreden wil komen kijken. Lisa wil dat heel graag doen, maar ze moet eerst nog haar kamer opruimen. Haar moeder heeft gezegd dat het moet: "Je mag pas van huis als je al je kleren hebt opgeruimd !"

"Kun je niet morgen langskomen ?" vraagt Tom teleurgesteld. "Nee, dat kan helaas niet, want morgen moet ik leren voor een zware toets," antwoordt Lisa. "Maar luister, ik wil proberen om vanavond toch even te komen, als ik alles op tijd af kan krijgen. Je mag me altijd even bellen om te vragen of het gelukt is !"

Met een glimlach fietst Lisa door. Wat er ook gebeurt, ze wil en zal vanavond van de muziek genieten - als ze maar mag gaan van haar moeder !

Illustration

Grammatica 2 ⚡

Les verbes modaux te permettent d'exprimer une obligation, une permission, une capacité ou une volonté — indispensables pour parler des règles de l'école !

1. De vier modale werkwoorden

moeten devoir — obligation

Ik moet mijn huiswerk maken.

mogen avoir le droit / pouvoir — permission

Mag ik naar het toilet gaan ?

kunnen pouvoir / savoir — capacité

Ik kan goed zwemmen.

willen vouloir — volonté

Ik wil een goed rapport halen.

2. Vervoeging in de tegenwoordige tijd (présent)

moetenmogenkunnenwillen
ikmoetmagkanwil
jemoetmagkan / kuntwil / wilt
hij/ze/hetmoetmagkanwil
we/jullie/zemoetenmogenkunnenwillen

3. Constructie : modaal werkwoord + infinitief op het einde

Comme avec les autres structures à deux verbes (cf. zullen), le verbe modal est conjugué en 2e position, et l'infinitif part à la fin de la phrase :

sujet + modal + ... + infinitief
Ik moet vanavond mijn huiswerk maken.
We mogen in de les geen smartphone gebruiken.
Kun je morgen wat vroeger komen ?

4. Veelgebruikte schooluitdrukkingen

Mag ik naar het toilet ?Puis-je aller aux toilettes ?
Je moet je huiswerk op tijd inleveren.Tu dois remettre tes devoirs à temps.
Kun je dat nog eens uitleggen ?Peux-tu encore une fois expliquer cela ?
Ik wil graag een vraag stellen.J'aimerais poser une question.

Oefening 1 : Vul het juiste modale werkwoord in ! 🧠

Conjugue moeten, mogen, kunnen ou willen à la bonne personne.

a) Ik elke avond mijn agenda invullen. (devoir)
b) ik je iets vragen, mevrouw ? (avoir le droit)
c) Lina heel goed Frans spreken. (savoir / pouvoir)
d) Wij graag een leuke schoolreis organiseren. (vouloir)
e) Jullie stil zijn tijdens de toets. (devoir)
f) Je hier niet eten. (avoir le droit)
g) jij me helpen met mijn huiswerk ? (pouvoir)
h) Ik volgend jaar een betere leerling zijn. (vouloir)

Oefening 2 : Zet de zinnen in de juiste volgorde 🧠

Clique sur les mots dans le bon ordre pour reconstruire la phrase (n'oublie pas : verbe modal en 2e position, infinitif à la fin !).

1. (moet / Ik / mijn kamer / opruimen / vanavond)

moet Ik mijn kamer opruimen vanavond .

2. (Mag / naar het toilet / ik / gaan / ?)

Mag naar het toilet ik gaan ?

3. (mogen / We / gebruiken / geen smartphone / in de les)

mogen We gebruiken geen smartphone in de les .

4. (je / Kun / nog eens / dat / uitleggen / ?)

je Kun nog eens dat uitleggen ?

5. (een goed rapport / Ik / graag / wil / halen)

een goed rapport Ik graag wil halen .