Het is maandagochtend en de bel gaat. Alle leerlingen rennen snel naar het lokaal voor de eerste les van de dag: wiskunde.
De leraar staat al bij het bord met een doos krijt. Hij schrijft een moeilijke formule op en vraagt de klas om hun schrift, pen en liniaal te pakken.
Daan zit vooraan op zijn stoel achter zijn tafel. Hij slaat zijn boek open op bladzijde tien en probeert de som op te lossen in zijn etui zoekt hij naar zijn gum omdat hij een foutje heeft gemaakt.