Daan's plannen

Het is zondagavond. Daan is van plan om zijn leven te veranderen. Hij heeft het plan om volgende maand te beginnen. Eerst wil hij een eigen bedrijf starten. Hij heeft de intentie om zijn baas te vertellen dat hij stopt. Het is zijn doel om binnen vijf jaar een succesvolle ondernemer te zijn.

Ook heeft hij plannen om te verhuizen. Hij is van plan om naar de kust te gaan wonen. Zijn vriendin gaat mee, dus ze zijn van plan om samen een appartement te huren.

Daarna is het de bedoeling dat ze een lange reis maken. Ze willen de wereld zien. Eerst moeten ze wel geld sparen, dus ze zijn van plan om zuinig te leven. Daan is blij. Al zijn plannen gaan zeker lukken !"

Illustration

Grammatica 1 ⚡

Découvrons les structures pour parler de l'avenir, de tes projets et de tes espoirs.

1. Van plan zijn om ... te ... (avoir l'intention de...)

Onderwerp + ben/is/zijn van plan + om ... + te + infinitief (einde)
Ik ben van plan om volgend jaar talen te studeren.
Zij zijn van plan om na hun studies te reizen.

2. Werkwoorden om dromen en hoop uit te drukken

Ik droom ervan om dierenarts te worden. (Je rêve de devenir vétérinaire.)
Ik hoop dat ik later veel kan reizen. (J'espère que je pourrai beaucoup voyager.)
Ze streeft ernaar om haar diploma te behalen. (Elle vise à obtenir son diplôme.)

⚠️ "Dromen van" en "streven naar" se construisent avec er...van/naar + om...te quand ils sont suivis d'un infinitif : Ik droom ervan om... te...

3. De toekomende tijd : zullen / gaan + infinitief (herhaling)

zullen + infinitief intention/promesse, futur simple

Ik zal hard studeren voor mijn examens.

gaan + infinitief futur proche, projet déjà décidé

Ik ga volgend jaar een nieuwe richting kiezen.

On utilise "gaan + infinitif" pour un projet déjà décidé, et "zullen + infinitif" pour une intention, une promesse ou une prédiction.

4. Nuttige uitdrukkingen voor de toekomst

"Over tien jaar zie ik mezelf als..." ("Dans dix ans, je me vois comme...")
"Mijn grote droom is om ... te ..." ("Mon grand rêve est de...")
"Wat er ook gebeurt, ik wil ..." ("Quoi qu'il arrive, je veux...")

Oefening 1 : Vul het ontbrekende woord in ! 🧠

Vul het ontbrekende woord in om een correcte zin over de toekomst te vormen.

a) Ik ben van plan volgend jaar te verhuizen.
b) Ze droomt om actrice te worden.
c) Ik dat ik later een goede baan vind.
d) Hij ernaar om zijn diploma te behalen.
e) Volgend jaar ik een nieuwe richting kiezen.

Oefening 2 : Zet de zinnen in de juiste volgorde 🧠

Klik op de woorden in de juiste volgorde om de zin te vormen.

1. (om in het buitenland / Ik ben van plan / te studeren)

om in het buitenland Ik ben van plan te studeren .

2. (om dierenarts / Ik droom ervan / te worden)

om dierenarts Ik droom ervan te worden .

3. (zie ik mezelf / Over tien jaar / als journalist)

zie ik mezelf Over tien jaar als journalist .

4. (dat ik later / Ik hoop / veel kan reizen)

dat ik later Ik hoop veel kan reizen .

5. (ik wil mijn dromen waarmaken / Wat er ook gebeurt / ,)

ik wil mijn dromen waarmaken Wat er ook gebeurt , .