De wachtkamer van dokter De Smet is stil en ruikt naar ontsmettingsmiddel. Thomas zit op een blauwe stoel en leest verveeld in een oud tijdschrift. Al drie dagen heeft hij erge keelpijn en voelt zijn hoofd zwaar aan. “Thomas van den Berg ?” roept een vriendelijke stem. De praktijkverpleegkundige staat in de deuropening. Thomas legt het magazine weg en staat op.
Dokter De Smet begroet hem met een handdruk achter haar bureau. “Goedendag Thomas, wat brengt je vandaag bij mij? ” vraagt ze. “Ik voel me al een paar dagen erg slap, dokter,” zucht Thomas. “Mijn keel doet pijn bij het slikken en ik heb het gevoel dat ik koorts heb.” De dokter knikt begrijpend. “Goed dat je langskomt. Kom maar even meekijken op de onderzoeksbank.”
Dokter De Smet pakt haar stethoscoop. “Adem maar eens diep in en uit door je mond,” zegt ze terwijl ze naar zijn longen luistert. Daarna vraagt ze hem zijn mond open te doen en schijnt ze met een klein lampje naar binnen. “Ah, ik zie het al. Je keel is flink rood en je amandelen zijn ontstoken. Het is een keelontsteking, waarschijnlijk viraal.” Ze schrijft een recept uit op een wit papiertje en scheurt het af. “Geen ernstige zorgen, Thomas. Veel rusten, voldoende water drinken en deze paracetamol nemen tegen de pijn en de koorts. Als het over vijf dagen niet beter is, bel je me terug.”
Met een opgeruimd gevoel verlaat Thomas de praktijk. Zijn keel doet nog steeds pijn, maar de geruststelling van de dokter doet al wonderen. Hij loopt direct door naar de apotheek om zijn medicijnen op te halen.