Waar moet ik naartoe ?

Lucas is verloren in Brussel en vraagt de weg aan een vrouw: "Pardon, waar is het museum ?" "Dat is vlakbij!" zegt ze. Steek de straat over bij het zebrapad. Ga bij de stoplichten linksaf. Neem daarna de tweede straat rechts en loop rechtdoor tot het einde van de straat. Je kunt het niet missen !" "Heel erg bedankt !" zegt Lucas.

Illustration

Grammatica 1 ⚡

Quand tu voyages, tu dois savoir demander ton chemin et donner des indications. Pour cela, le néerlandais utilise des prépositions de lieu et l'impératif (gebiedende wijs).

1. De weg vragen

Pardon, hoe kom ik bij het station ? (Pardon, comment puis-je arriver à la gare ?)
Weet u waar het museum is ? (Savez-vous où se trouve le musée ?)
Is het ver van hier ? (Est-ce loin d'ici ?)

2. De gebiedende wijs (l'impératif) : geef instructies !

Pour donner une instruction ou un ordre, on utilise le radical du verbe (la forme "ik" sans le -t), placé en première position :

Stam van het werkwoord + ... !
Ga rechtdoor ! (gaan → ga)
Sla links af ! (afslaan → sla af)
Loop tot aan het kruispunt ! (lopen → loop)
Neem de eerste straat rechts ! (nemen → neem)

👉 Pour être plus poli, on ajoute souvent "u" après le verbe : Ga u rechtdoor, en sla u dan links af.

3. Voorzetsels van richting en plaats

links / rechts / rechtdoorà gauche / à droite / tout droit
naast / tegenover / tussenà côté de / en face de / entre
achter / voor / naarderrière / devant / vers
tot aan / langsjusqu'à / le long de
bij / dichtbij / ver vanprès de / proche / loin de

👉 Het station ligt tegenover het stadhuis, tussen de bank en het park.

4. Nuttige werkwoorden voor de weg

overstekentraverser
afslaantourner
volgensuivre
passeren / voorbijgaanpasser / dépasser

Oefening 1 : Vorm de gebiedende wijs ! 🧠

Zet het werkwoord tussen haakjes in de gebiedende wijs (impératif).

a) rechtdoor tot aan de kerk. (gaan)
b) bij het kruispunt links af. (slaan)
c) de straat over bij het stoplicht. (oversteken)
d) de borden naar het centrum. (volgen)
e) de tweede straat rechts. (nemen)

Oefening 2 : Zet de zinnen in de juiste volgorde 🧠

Klik op de woorden in de juiste volgorde om de zin te vormen.

1. (hoe kom ik / Pardon / bij het station / ?)

hoe kom ik Pardon bij het station ?

2. (en / Ga rechtdoor / sla dan links af)

en Ga rechtdoor sla dan links af .

3. (tegenover de kerk / Het museum / ligt)

tegenover de kerk Het museum ligt .

4. (denkt u / Is het / ver van hier / ?)

denkt u Is het ver van hier ?

5. (de rivier / Steek / de brug over / en / volg)

de rivier Steek de brug over en volg .