Een reis plannen 🗺️
Lees het gesprek tussen Aïcha en Bram. Ze plannen samen een schoolreis naar Amsterdam.
👧 Aïcha
Hé Bram, heb je al nagedacht over onze reis naar Amsterdam volgende maand ?
👦 Bram
Ja! Ik denk dat we het beste met de trein kunnen gaan. Het station is dichtbij en de reis duurt maar twee uur.
👧 Aïcha
Goed idee. Waar gaan we logeren ? Heb je al een hostel gevonden ?
👦 Bram
Ja, ik heb een leuk jeugdhostel gevonden in het centrum. Het is niet duur en het ligt vlak bij het museum.
👧 Aïcha
Perfect. En wat gaan we daar allemaal doen ? Ik wil graag het Van Gogh Museum bezoeken.
👦 Bram
Dat kan zeker! We kunnen ook een boottochtje maken op de grachten en door de oude straten wandelen.
👧 Aïcha
Wat zou jij het liefst willen doen ? Ik hoop dat het mooi weer wordt, zodat we lekker buiten kunnen zijn.
👦 Bram
Ik zou graag fietsen door de stad! Iedereen zegt dat dat de beste manier is om Amsterdam te ontdekken. Laten we samen een planning maken!
🔑 Sleutelzinnen
"Ik denk dat we het beste met ... kunnen gaan." (je pense qu'on devrait y aller en...)
"Waar gaan we logeren ?" (où allons-nous loger ?)
"Ik wil graag ... bezoeken." (j'aimerais visiter...)
"Ik hoop dat het mooi weer wordt." (j'espère qu'il fera beau)
"Laten we ... maken." (faisons.../organisons...)
Begrijpen en Analyseren 🧠
Beantwoord deze 8 vragen over het gesprek.
1. Waarheen gaan Aïcha en Bram reizen ?
Naar Brussel.
Naar Amsterdam.
Naar Lissabon.
2. Hoe gaan ze daarheen reizen ?
Met de bus.
Met de trein.
Met het vliegtuig.
3. Hoe lang duurt de reis ?
Eén uur.
Twee uur.
Een hele dag.
4. Waar gaan ze logeren ?
Bij familie.
In een jeugdhostel in het centrum.
In een hotel bij het station.
5. Wat wil Aïcha graag bezoeken ?
Het Van Gogh Museum.
Het Rijksmuseum.
De dierentuin.
6. Welke activiteit op het water stelt Bram voor ?
Zwemmen in de gracht.
Een boottochtje op de grachten.
Vissen.
7. Wat hoopt Aïcha ?
Dat het mooi weer wordt.
Dat ze geen huiswerk heeft.
Dat het hostel goedkoop is.
8. Wat zou Bram het liefst doen in Amsterdam ?
Een museum bezoeken.
Fietsen door de stad.
Winkelen.