In een café

Daan loopt een café binnen en vraagt aan de ober: "Mag ik de menukaart zien, alstublieft ?" "Natuurlijk," zegt de ober. "Wilt u iets bestellen ?" "Ja, mag ik een koffie en een glas water bestellen ? En mag ik vragen of ik op het terras mag zitten ?" "Zeker! Mag ik u alvast de kaart laten houden voor het eten ?"

Daan gaat buiten zitten. Na het drinken vraagt hij: "Mag ik alstublieft afrekenen ? En mag ik met de kaart betalen ?" "Ja hoor, dat kan !" antwoordt de ober vriendelijk.

Illustration

Grammatica 2 ⚡

Pour commander au restaurant, demander quelque chose dans un magasin ou être poli, le néerlandais utilise des structures bien précises.

1. Mag ik... ? (puis-je avoir...?)

La formule la plus courante pour demander/commander poliment :

Mag ik + zelfstandig naamwoord + alstublieft / alsjeblieft ?
Mag ik een glas water, alstublieft ?
Mag ik de rekening, alstublieft ?

2. Ik zou graag... willen / Zou ik... kunnen ? (conditionnel poli)

Pour être encore plus poli (registre soutenu), on utilise le conditionnel avec zou(den) :

Ik zou graag een tafel voor twee willen. (J'aimerais une table pour deux.)
Zou ik het menu mogen zien ? (Pourrais-je voir le menu ?)
Zou u mij kunnen helpen ? (Pourriez-vous m'aider ?)

3. U vs jij : wie spreek je aan ?

Au restaurant ou dans un magasin, on utilise généralement la forme polie u avec un adulte que l'on ne connaît pas :

u poli, singulier/pluriel

Wat wenst u te bestellen ?

jij/je familier, ami

Wat wil jij eten ?

⚠️ Avec "u", le verbe garde la forme de la 3e personne du singulier : u wilt, u kunt, u heeft/hebt.

4. Nuttige bestelzinnen

Wat raadt u aan ? (Que recommandez-vous ?)
Ik neem de soep van de dag. (Je prends la soupe du jour.)
Kunt u mij de kaart geven ? (Pouvez-vous me donner le menu ?)
Het was heerlijk, dank u wel ! (C'était délicieux, merci beaucoup !)

Oefening 1 : Maak het beleefd ! 🧠

Vul het ontbrekende beleefdheidswoord in (alstublieft, mag, kunt, zou).

a) ik een kopje koffie, alstublieft ?
b) Ik graag een tafel voor vier personen willen.
c) u mij de menukaart geven, alstublieft ?
d) Een glas water, !
e) ik de rekening mogen hebben ?

Oefening 2 : Zet de zinnen in de juiste volgorde 🧠

Klik op de woorden in de juiste volgorde om beleefde zinnen te vormen.

1. (de rekening / Mag ik / alstublieft / ?)

de rekening Mag ik alstublieft ?

2. (een tafel voor twee / Ik / willen / zou graag)

een tafel voor twee Ik willen zou graag .

3. (mij / Zou u / kunnen helpen / alstublieft / ?)

mij Zou u kunnen helpen alstublieft ?

4. (Wat / aan / raadt u / vandaag / ?)

Wat aan raadt u vandaag ?

5. (dank u wel / Het was / heerlijk / !)

dank u wel Het was heerlijk !