Een drukke dag

Gisteren is Sophie om zeven uur opgestaan. Ze heeft eerst een sterke koffie gedronken en heeft een croissant gegeten. Nadat ze haar tas heeft gepakt, is ze snel naar het station gelopen.

De trein is op tijd aangekomen. Tijdens de rit heeft Sophie een interessant boek gelezen en heeft ze een kort bericht naar haar vriend gestuurd. Om negen uur is ze in Brussel aangekomen en is ze naar haar kantoor gewandeld.

Op het werk heeft ze de hele ochtend gewerkt. Tussen de middag heeft ze een belegde broodje gekocht en heeft ze gezellig met haar collega's gepraat.

Om vijf uur heeft ze haar computer uitgemaakt en is ze naar huis gegaan. Thuis heeft ze een heerlijke maaltijd gekookt. Ze heeft ook een film gekeken. Ten slotte heeft ze haar tanden gepoetst en is ze om elf uur in slaap gevallen.

Illustration

Grammatica 1 ⚡

Pour raconter ce que tu as fait récemment (hier, ce week-end, pendant les vacances), le néerlandais utilise principalement le passé composé (voltooid tegenwoordige tijd, ou "VTT").

1. De vorming : hebben/zijn + voltooid deelwoord

Le passé composé se construit avec un auxiliaire conjugué (hebben ou zijn) en 2e position, et le participe passé à la fin de la phrase :

sujet + hebben/zijn + ... + participe passé
Ik heb gisteren gevoetbald.
We zijn naar het park gegaan.

2. Hebben of zijn ?

La plupart des verbes utilisent hebben. Mais les verbes de mouvement / changement d'état (gaan, komen, blijven, worden...) utilisent zijn :

hebben la majorité des verbes

Ik heb gespeeld, gelezen, getekend, gegeten...

zijn mouvement / changement d'état

Ik ben gegaan, gekomen, gebleven, opgestaan...

3. Het voltooid deelwoord vormen

🔤
Regelmatige werkwoordenge + stam + t ou d
spelen → gespeeld / fietsen → gefietst
🎲
Onregelmatige werkwoordenvorm uit het hoofd leren !
doen → gedaan / lezen → gelezen / gaan → gegaan / zien → gezien
🧩
Werkwoorden met voorvoegselgeen "ge-" als het werkwoord al een onbeklemtoond voorvoegsel heeft
uitlezen → uitgelezen / ontmoeten → ontmoet

⚠️ Le -t ou -d dépend de la consonne finale du radical : pense au moyen mnémotechnique 't kofschip (t/k/f/s/ch/p → -t ; sinon → -d).

4. Veelgebruikte deelwoorden

spelen → gespeeld
fietsen → gefietst
lezen → gelezen
kijken → gekeken
maken → gemaakt
doen → gedaan
gaan → ben gegaan
komen → ben gekomen

Oefening 1 : Hebben of zijn ? Vervoeg ! 🧠

Conjugue l'auxiliaire (hebben ou zijn) à la bonne personne.

a) Ik gisteren een uur gelezen.
b) We naar het park gegaan.
c) Mijn zus de hele namiddag getekend.
d) jij vroeg opgestaan vanmorgen ?
e) Ze samen pizza gemaakt.
f) Jullie gisteren laat thuisgekomen, hé ?

Oefening 2 : Vorm het voltooid deelwoord ! 🧠

Écris le participe passé du verbe entre parenthèses.

a) Ik heb een nieuw boek (lezen).
b) We hebben de hele dag (voetballen).
c) Hij is om acht uur (opstaan).
d) Heb je je huiswerk al (maken) ?
e) Mijn ouders zijn naar Spanje (gaan).
f) Heb je het hele seizoen al (kijken) ?
g) Ik heb mijn boek eindelijk (uitlezen).
h) We hebben heerlijke koekjes (bakken).

Oefening 3 : Zet de zinnen in de juiste volgorde 🧠

Clique sur les mots dans le bon ordre pour reconstruire la phrase au passé composé.

1. (heb / Ik / met vrienden / gisteren / gevoetbald)

heb Ik met vrienden gisteren gevoetbald .

2. (naar het strand / We / gegaan / zijn / in juli)

naar het strand We gegaan zijn in juli .

3. (jij / Heb / een nieuwe serie / dit weekend / gekeken / ?)

jij Heb een nieuwe serie dit weekend gekeken ?

4. (een prachtige tekening / Mijn zus / heeft / gemaakt)

een prachtige tekening Mijn zus heeft gemaakt .

5. (om elf uur / Ik / pas / ben / opgestaan / vanmorgen)

om elf uur Ik pas ben opgestaan vanmorgen .