Een dag in het park

Bram is vandaag heel blij. Hij heeft een mooie fiets en hij is in het grote park. De zon is warm en de lucht is blauw.

Bram heeft ook een kleine hond. De hond is heel snel en heeft veel energie. Samen hebben ze veel plezier.

In het park zijn veel andere kinderen. Ze hebben ballen en speelgoed bij zich. Bram heeft honger en heeft een appel in zijn tas. De appel is rood en lekker.

De dag is prachtig en Bram en zijn hond zijn gelukkig.

Bram en zijn hond in het park

Grammatica 1 ⚡

On revoit les deux verbes de base — zijn (être) et hebben (avoir) — et la conjugaison régulière au présent (OTT = onvoltooid tegenwoordige tijd).

1. Zijn (être) en hebben (avoir)

Ce sont les deux verbes les plus utilisés et ils sont irréguliers : il faut les connaître par cœur.

👤zijnhebben
ikbenheb
jebenthebt
hij / ze / hetisheeft
wezijnhebben
julliezijnhebben
zezijnhebben

👉 Ik ben Bram en ik heb een hond.

2. De OTT van regelmatige werkwoorden (présent régulier)

On part du stam (= l'infinitif moins -en) et on ajoute les terminaisons :

👤terminaisonexemple
ikstamik woon
jestam + tje woont
hij / ze / hetstam + thij woont
we / jullie / zeinfinitif (stam + en)we wonen

👉 infinitif wonen → stam woon → ik woon, je woont, hij woont, we wonen

⚠️ Quand je vient après le verbe (inversion ou question), le -t final disparaît : Woon je in Gent ? (et non "woont je")

Oefening 1 : Vervoeg de werkwoorden ! 🧠

Complète chaque phrase avec la bonne forme du verbe entre parenthèses.

a) Ik veertien jaar oud. (zijn)
b) Je een grote zus. (hebben)
c) Mijn vader in Brussel. (wonen)
d) We uit België. (komen)
e) Ze (= elle) twee honden. (hebben)
f) je in Gent ? (wonen — attention à l'inversion !)

Oefening 2 : Bouw de zinnen ! 🧠

Clique sur les mots dans le bon ordre pour reconstruire les phrases (place du verbe = 2e position !).

Zin 1 (Traduis : "J'ai quatorze ans.")

Zin 2 (Traduis : "Ma sœur a les cheveux longs.")

Zin 3 (Traduis : "Nous habitons à Anvers.")

Zin 4 (Inversion - Traduis : "À Gand, j'habite avec ma famille.")

Zin 5 (Traduis : "Quel âge as-tu en fait ?")