Bram is vandaag heel blij. Hij heeft een mooie fiets en hij is in het grote park. De zon is warm en de lucht is blauw.
Bram heeft ook een kleine hond. De hond is heel snel en heeft veel energie. Samen hebben ze veel plezier.
In het park zijn veel andere kinderen. Ze hebben ballen en speelgoed bij zich. Bram heeft honger en heeft een appel in zijn tas. De appel is rood en lekker.
De dag is prachtig en Bram en zijn hond zijn gelukkig.