Dialoog : Hallo, ik ben... 💬
On reprend les bases ! Lis cette première rencontre entre deux élèves le jour de la rentrée.
Nina 🙋♀️
Hoi ! Ik ben Nina. Hoe heet jij ?
Tom 🙋♂️
Hallo Nina ! Ik heet Tom. Leuk je te ontmoete !
Nina 🙋♀️
Hoe oud ben jij, Tom ?
Tom 🙋♂️
Ik ben veertien jaar oud. En jij ? Hoe oud ben jij ?
Nina 🙋♀️
Ik ben ook veertien. Waar kom je vandaan ?
Tom 🙋♂️
Ik kom uit België, uit Brussel. En jij, waar woon je ?
Nina 🙋♀️
Ik woon in Gent, met mijn vader, mijn moeder en mijn kleine broer. We hebben ook een hond. Hij heet Rex en hij is bruin en wit.
Tom 🙋♂️
Leuk ! Ik heb geen huisdier, maar ik heb een grote zus. Zij heet Lisa en ze is zeventien jaar oud.
Nina 🙋♀️
Welke kleur vind jij mooi ?
Tom 🙋♂️
Ik vind blauw heel mooi. En jij ?
Nina 🙋♀️
Ik vind groen en geel mooi. Tot straks, Tom !
Tom 🙋♂️
Tot straks, Nina ! Een fijne dag nog !
Sleutelzinnen 🔑
Ces phrases reviendront tout au long de l'année. Apprends-les par cœur dès maintenant !
| Hoe heet jij ? / Ik heet... | Comment t'appelles-tu ? / Je m'appelle... |
| Hoe oud ben jij ? / Ik ben ... jaar oud. | Quel âge as-tu ? / J'ai ... ans. |
| Waar kom je vandaan ? / Ik kom uit... | D'où viens-tu ? / Je viens de... |
| Waar woon je ? / Ik woon in... | Où habites-tu ? / J'habite à... |
| Leuk je te ontmoeten ! | Ravi(e) de te rencontrer ! |
| Tot straks ! / Een fijne dag nog ! | À tout à l'heure ! / Bonne journée ! |
Begrijpen en Analyseren 🧠
Vérifie ta lecture en répondant à ces 8 questions.
1. Hoe heet de jongen in de dialoog ?
Hij heet Tim.
Hij heet Tom.
Hij heet Tom en Tim.
2. Hoe oud zijn Nina en Tom ?
Ze zijn allebei vijftien jaar oud.
Ze zijn allebei veertien jaar oud.
Nina is veertien en Tom is vijftien.
3. Waar komt Tom vandaan ?
Uit Nederland, uit Amsterdam.
Uit België, uit Brussel.
Uit België, uit Gent.
4. Met wie woont Nina ?
Met haar vader en haar grote zus.
Met haar vader, haar moeder en haar kleine broer.
Alleen met haar moeder.
5. Heeft Nina een huisdier ?
Ja, een hond die Rex heet.
Ja, een kat die Rex heet.
Nee, ze heeft geen huisdier.
6. Welke kleur heeft de hond van Nina ?
Zwart en wit.
Bruin en wit.
Helemaal bruin.
7. Hoe oud is de zus van Tom ?
Ze is veertien jaar oud.
Ze is zeventien jaar oud.
Ze is twaalf jaar oud.
8. Welke kleuren vindt Nina mooi ?
Blauw en rood.
Groen en geel.
Alleen groen.
Aan de slag ! 🎤
À deux, rejoue le dialogue à voix haute en remplaçant les informations (prénom, âge, ville, famille, animal, couleur préférée) par les tiennes. Garde les sleutelzinnen ci-dessus comme modèle : tu en auras besoin pour le projet final de ce thema !